Positie binnen driehoek

Zie Hoofdstuk 1.3 Pensioenovereenkomst – Driehoeksverhouding.
Voor een goed begrip van pensioen is het van groot belang kennis te nemen van ieders eigen verantwoordelijkheid in de driehoeksverhouding tussen werknemer-werkgever-pensioenuitvoerder. Iedere partij in deze driehoeksverhouding heeft zijn eigen rechten en plichten, die vastgelegd zijn in de verschillende documenten en die moeten voldoen aan de wettelijke regels. Bijvoorbeeld: (het bestuur van een) pensioenfonds moet de pensioenovereenkomst tussen werkgever en werknemer uitvoeren op basis van de uitvoeringsovereenkomst tussen de werkgever en de pensioenuitvoerder. Bij onderwerpen waarover het bestuur van de pensioenuitvoerder beleids­vrijheid heeft, moeten de bestuursleden zich richten tot de bij het pensioenfonds betrokken (gewezen) deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, pensioengerechtigden en de werkgever, zonder dat zij zich te zeer richten tot een groep c.q. één van de belanghebbenden. Van een instemmings­recht van de werkgever bij de besluitvorming van het (bestuur van het) pensioenfonds mag geen sprake zijn (artikel 108 Pensioenwet). In de statuten van het pensioenfonds mag aan andere organen van het pensioenfonds geen instemmingsrecht gegeven worden. Dus, de werkgever of de sociale partners mogen geen vetorecht hebben terzake de besluiten van het bestuur van het pensioenfonds.

Naar boven scrollen