Collectieve waardeoverdracht

De pensioenuitvoerder is op verzoek van de werkgever bevoegd tot collectieve waardeoverdracht indien:

  • sprake is van beëindiging van de bestaande uitvoeringsovereenkomst en het sluiten van een nieuwe uitvoeringsovereenkomst met een andere pensioenuitvoerder;
  • de activiteiten van de werkgever worden overgenomen als gevolg van een overgang van onderneming;
  • sprake is van een collectieve wijziging van de pensioenovereenkomsten.

De werkgever vraagt de waardeoverdracht weliswaar aan voor het collectief, maar op individueel niveau moet worden aangegeven of er bezwaren zijn tegen de waardeoverdracht van de eigen aanspraken of rechten. Heeft een individuele deelnemer bezwaar dan verhindert dat niet de waardeoverdracht van de andere deelnemers.

Uiterlijk 3 maanden vóór de beoogde datum van waardeoverdracht moet deze door de oude pensioenuitvoerder schriftelijk worden gemeld aan de toezichthouder (DNB). Binnen deze periode kan DNB een verbod tot waardeoverdracht opleggen. Reageert DNB niet binnen deze termijn, dan zijn de betrokken pensioenuitvoerders (overdragende en ontvangende partij) bevoegd medewerking te verlenen aan de collectieve waardeoverdracht.

Zowel bij de oude als bij de  nieuwe pensioenuitvoerder kan de voorgenomen collectieve waardeoverdracht schadelijk zijn voor de belangen van de achterblijvende of nieuwe deelnemers, gewezen deelnemers en gepensioneerden. Een groot aantal waardeoverdrachten kan bijvoorbeeld de leeftijdsopbouw binnen het bestand van de oude of nieuwe pensioen­uitvoerder ingrijpend wijzigen en daarmee gevolgen hebben voor de financiële positie van de oude en/of nieuwe pensioenuitvoerder.

Artikelen met het onderwerp Waardeoverdracht:


Naar boven scrollen