Inhoud pensioenovereenkomst: karakter, betalings- en wijzigingsvoorbehoud

Karakter:
Op grond van artikel 10 Pensioenwet moet in de pensioenovereenkomst worden aangegeven wat het karakter is van de pensioenovereenkomst (artikel 10 Pensioenwet). Er zijn drie wettelijke varianten. Het karakter van het pensioen kan worden bepaald door de uitkering, het kapitaal of de premie.

De uitkeringsovereenkomst is pensioen met een vastgestelde pensioenuitkering, bijvoorbeeld een aanspraak van 2% van de pensioengrondslag per opbouwjaar. Onder het karakter van een uitkeringsovereenkomst vallen het middelloonsysteem, het (geïndexeerde) eindloonsysteem en het hybride systeem.

Bij een kapitaalovereenkomst staat alleen de hoogte van het kapitaal op de pensioendatum vast. Dit kapitaal moet uiterlijk op de pensioendatum omgezet worden in een periodieke pensioen­uitkering, tegen de dan geldende tarieven. Tijdens de opbouwfase (tot de pensioendatum) ligt het beleggingsrisico bij de pensioenuitvoerder, en tijdens de uitkeringsfase (vanaf de pensioen­datum) is de hoogte van het pensioen voor risico van de werknemer.

Bij een premieovereenkomst worden tussen werkgever en werknemer alleen afspraken gemaakt over de hoogte van de periodiek ten behoeve van pensioen beschikbaar te stellen premie. Zowel in de opbouwfase als in de uitkeringsfase ligt het risico van de hoogte van het pensioen bij de werknemer.

In de pensioenovereenkomst zelf zal moeten worden vastgelegd of en zo ja, welk deel van de premie door de werkgever verhaald wordt op de werknemer (werknemersbijdrage).

Betalingsvoorbehoud:
De werkgever kan zich bij het sluiten of bij een wijziging van de pensioenovereenkomst het recht voorbehouden de werkgeversbijdrage in de premiebetaling te verminderen of te beëindigen. Dit kan uitsluitend in geval van een ingrijpende wijziging van omstandigheden. Een dergelijk voorbehoud van de werkgever moet ook in de uitvoeringsovereenkomst tussen de werkgever en de pensioen­uitvoerder worden opgenomen.
Andere bedingen van de werkgever waarin een voorbehoud gemaakt wordt over de premiebetaling zijn nietig.

Wijzigingsvoorbehoud:
Eenzijdige wijziging van de pensioenovereenkomst kan schriftelijk door de werkgever bedongen worden in de pensioenovereenkomst. Gebruikmaking van deze bevoegdheid is alleen mogelijk indien sprake is van een zodanig zwaarwichtig belang van de werkgever bij wijziging, dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zal worden geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. De mogelijkheid van eenzijdige wijziging van de pensioenafspraak door de werkgever is afgeleid van de algemene wijzigingsbevoegdheid van de werkgever in het arbeidsrecht.

Een voorgenomen besluit van de werkgever tot wijziging van de pensioenovereenkomst behoeft de voorafgaande instemming van de ondernemingsraad (artikel 27, lid 1, sub a WOR), voor zover het pensioen is ondergebracht bij een verzekeraar. De goedkeuring van de ondernemingsraad vervangt niet de individuele goedkeuring van de betrokken werknemer. Als het pensioen geregeld is in een cao, geldt het instemmingsrecht van de ondernemingsraad niet. Voor zover de wijziging niet ziet op de pensioenovereenkomst, maar op de uitvoeringsovereenkomst met de verzekeraar, komt aan de ondernemingsraad een adviesrecht toe op grond van de Principes voor goed pensioenfondsbestuur. Bovendien dient in die situatie advies te worden gevraagd van de vereniging van pensioengerechtigden (voor zover de wijziging van invloed is op de pensioenregeling van de pensioengerechtigden).

Artikelen met het onderwerp Pensioenovereenkomst:


Naar boven scrollen