Driehoeksverhouding

De pensioentoezegging van de werkgever aan de werknemer bestaat uit de driehoeksver­houding:

  • werkgever-werknemer: de pensioenovereenkomst als onderdeel van de arbeidsovereen­komst;
  • werknemer-pensioenuitvoerder: het pensioenreglement en de startbrief;
  • werkgever-pensioenuitvoerder: de uitvoeringsovereenkomst.

De Pensioenwet gaat uit van het uitgangspunt dat sociale partners de pensioenovereenkomst vastleggen. De inhoud van de pensioenregeling wordt dus bepaald in de pensioenovereenkomst. Het pensioenreglement dient in lijn te zijn met de uitvoeringsovereenkomst, terwijl de uitvoeringsovereenkomst geënt moet zijn op de pensioenovereenkomst.  De focus bij de arbeidsvoorwaarde pensioen ligt dus op de verhouding werkgever-werknemer. In de praktijk kan dit echter anders uitpakken, met name indien het pensioen is ondergebracht bij een ondernemings- of bedrijfstakpensioenfonds. De grenzen in de driehoeksverhouding zijn dan niet altijd scherp te trekken. Het pensioenreglement wordt vaak geïncorporeerd in de arbeidsovereenkomst en het pensioenreglement belichaamt dan in feite de pensioenovereenkomst.

Onderdeel van de driehoeksverhouding is de wettelijke plicht van de werkgever het pensioen(vermogen) buiten het ondernemingsrisico te brengen bij een pensioenuitvoerder: de onderbrengingsplicht van de werkgever. Doel is dat de pensioengelden niet voor andere doeleinden kunnen worden aangewend door de werkgever. In geval van een faillissement van de werkgever mag het opgebouwde pensioen niet in de failliete boedel terechtkomen (en dan vaak verloren gaan).

Artikelen met het onderwerp Driehoeksverhouding:

  • Geen artikelen.

Naar boven scrollen