Vrijwillige voortzetting

Beëindiging van de arbeidsovereenkomst hoeft niet per definitie een beëindiging van de deelneming te impliceren. Bij ontslag van een medewerker komt namelijk de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting in beeld. De duur van de vrijwillige voortzetting is in beginsel beperkt tot 3 jaar, maar de Pensioenwet biedt de mogelijkheid de vrijwillige voortzetting voor een langere duur te laten voortduren, namelijk voor de periode waarin de deelnemer na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een periodieke uitkering ontvangt (zoals een WW-uitkering of een wachtgeldregeling).

Voor (ex-)werknemers die na hun deelneming IB-ondernemer (zzp’er) worden, bestaat de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting gedurende 10 jaar. Tot voor kort was deze mogelijkheid slechts voor 3 jaar fiscaal gefacilieerd, maar op basis van het Belastingplan 2012 is de fiscale faciliëring voor deze IB-ondernemers – onder voorwaarden – alsnog verlengd naar een periode van 10 jaar. Hieraan zijn echter wel bijzondere uitvoeringsperikelen verbonden. Het is hierdoor maar de vraag of pensioenuitvoerders de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting voor IB-ondernemers daadwerkelijk gedurende een periode van 10 jaar in het pensioenreglement gaan introduceren.

Vrijwillige voortzetting is geen wettelijk recht; het is aan de pensioenuitvoerder het recht op vrijwillige voortzetting al dan niet (voor de volledige duur) in het pensioenreglement te verwerken.

Artikelen met het onderwerp Vrijwillige voortzetting:


Naar boven scrollen