Fiscale aspecten

Indien aan de beëindiging een leeftijdgerelateerde ontslaggrond ten grondslag ligt, dient een werkgever rekening te houden met een door de Belastingdienst op te leggen strafheffing van 52%. In dat geval kan namelijk sprake zijn van een zogenoemde Regeling Vervroegd Uittreden, RVU (artikel 32ba Wet op de Loonbelasting). De strafheffing van 52% wordt geheven over de beëindigingsvergoeding (en eventueel over het salaris over de vrijstellingsperiode) en wordt opgelegd aan de werkgever. Indien een werkgever vooraf zekerheid wenst over het al dan niet bestaan van een RVU, dan kan overwogen worden de beëindigingsovereenkomst eerst in concept aan de Belastingdienst voor te leggen.

Over de beëindigingsvergoeding dient de werkgever in beginsel inhoudingen volgens de Wet op de Loonbelasting te verrichten. Werknemers kunnen opteren voor een stamrechtconstructie, zoals banksparen. In dat geval hoeven bij de uitbetaling van de vergoeding geen inhoudingen door de werkgever verricht te worden, mits voldaan is aan de stamrechtvrijstellingsvoorwaarden (artikel 11 Wet op de Loonbelasting). Of voldaan is aan deze voorwaarden is onder meer afhankelijk van de vraag of er voldoende stamrechtruimte is. In de Handreiking van 7 december 2010 heeft de Belastingdienst hierop een nadere toelichting verschaft. Bij een vooraf afgesproken ontslagvergoeding is niet altijd voldaan aan de stamrechtvrijstellingsvoorwaarden.

Eventuele fiscale perikelen met betrekking tot RVU en/of stamrecht kunnen tegengegaan worden door alternatieve voorzieningen te treffen, zoals bijvoorbeeld een storting van een bedrag ineens in de (eventuele) beschikbare fiscale premieruimte.

Artikelen met het onderwerp Fiscale aspecten:

  • Geen artikelen.

Naar boven scrollen