Aansprakelijkheid werkgever

Op grond van artikel 23 Wet Bpf is naast de onderneming iedere bestuurder en/of beleidsbepaler hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de aan het verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfonds verschuldigde bijdragen (premies), indien – kort gezegd – sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten door de bestuurder. De wet noemt dat aannemelijk moet zijn dat het onbetaald laten van de pensioenpremie(s) het gevolg is van aan de bestuurder(s) verwijtbaar onbehoorlijk bestuur tijdens de referteperiode van 3 jaar. De onderneming is uiterlijk 14 kalenderdagen na de dag waarop de premie voldaan had moeten zijn, verplicht een melding van betalingsonmacht te doen. Blijft een tijdige melding uit, dan wordt vermoed dat de niet-betaling van de premie aan de nalatige bestuurder(s) te wijten is en kan hieruit derhalve persoonlijke aansprakelijkheid ontstaan.

Als het pensioen is ondergebracht bij een andere uitvoerder dan een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds, geldt geen wettelijke meldingsverplichting bij betalingsonmacht van de premie. Dat betekent echter niet dat in die situatie bestuurders van werkgevers niet geconfronteerd kunnen worden met bestuurdersaansprakelijkheid bij het uitblijven van de premiebetaling. Bestuurders van werkgevers kunnen sowieso onder omstandigheden aansprakelijk worden gesteld op grond van artikel 2:9 BW bij interne aansprakelijkheid of op grond van artikel 6:162 BW bij externe aansprakelijkheid. In dat geval wordt onderzocht of de bestuurder een ernstig verwijt te maken valt.

Artikelen met het onderwerp Aansprakelijkhied werkgever:

  • Geen artikelen.

Naar boven scrollen