Bij indiensttreding

Binnen één maand na de start van de werkzaamheden moet de werkgever (zowel in de private als de publieke sector) de werknemer schriftelijk informeren of hij de werknemer al dan niet een aanbod doet tot het sluiten van een pensioenovereenkomst (artikel 7:655 lid 1 sub j BW en artikel 7 Pensioenwet). Ook als de werkgever besluit geen aanbod te doen, moet de werkgever dit dus tijdig aan de werknemer laten weten. Op het niet voldoen aan deze wettelijke informatieverplichting is een sanctie gesteld. In dat geval wordt de werkgever namelijk vermoed een onherroepelijk aanbod tot het sluiten van een pensioenovereenkomst te hebben gedaan, gelijk aan het aanbod dat de werkgever aan andere werknemers uit dezelfde groep heeft gedaan. De werknemer kan zich op deze sanctiebepaling beroepen en het fictieve aanbod van de werkgever aanvaarden.

Als de werkgever aanvankelijk mededeelt geen aanbod tot het sluiten van een pensioenovereenkomst te doen, maar de werkgever op een later tijdstip alsnog besluit een aanbod te doen, moet hij de werknemer hierover schriftelijk informeren.

Het enkele bestaan van een pensioenovereenkomst betekent niet altijd dat ook de verwerving van pensioenaanspraken een aanvang heeft genomen. Van een verwerving is bijvoorbeeld nog geen sprake bij wachttijd of een opnameleeftijd (jonger dan 21 jaar). In die situatie moet de werkgever de werknemer informeren over aan welke voorwaarden voldaan moet zijn om de verwerving te laten beginnen.

Wanneer de werknemer besluit niet in te gaan op het pensioenaanbod, doet de werknemer er verstandig aan dit vast te leggen in een afstandsverklaring. Het niet ingaan op het aanbod kan voor de werkgever soms ook aanleiding zijn helemaal geen arbeidsovereenkomst te sluiten, bijvoorbeeld als de werkgever zich jegens de pensioenuitvoerder of de cao-partijen verbonden heeft om alle werknemers te laten deelnemen aan de pensioenregeling. Bovendien heeft niet-aanvaarding van het pensioenaanbod door de werknemer niet altijd het door de werknemer gewenste effect. Indien namelijk sprake is van een verplicht gestelde deelneming in de pensioenregeling van een bedrijfstakpensioenfonds of het pensioenfonds ABP, kan hiervan door de werknemer niet worden afgeweken. Deelneming is dan dwingendrechtelijk voorgeschreven op grond van de Wet Bpf of de Wet Privatisering ABP.

Artikelen met het onderwerp Indiensttreding:

  • Geen artikelen.

Naar boven scrollen