Bij deelneming

De pensioenuitvoerder moet binnen drie maanden na de start van de verwerving van pensioenaanspraken de startbrief aan de werknemers sturen met relevante informatie over de pensioenregeling, die in ieder geval het navolgende behelst:

  • de inhoud van de basispensioenregeling;
  • de toeslagverlening;
  • het recht van de werknemer om bij de pensioenuitvoerder het pensioenreglement op te vragen;
  • het bestaan van een vrijwillige pensioenregeling;
  • omstandigheden die betrekking hebben op het functioneren van de pensioenuitvoerder;
  • het recht van de werknemer om bij de pensioenuitvoerder een verzoek in te dienen voor de berekening van de effecten van uitruil op zijn pensioenaanspraak.

Daarnaast is in het Besluit uitvoering Pensioenwet geconcretiseerd welke inhoud de informatieverstrekking in de startbrief moet hebben.

Hoewel de verplichting tot verstrekking van de startbrief op de pensioenuitvoerder rust, zal de werkgever – gelet op zijn verantwoordelijkheid – erop moeten toezien dat dit daadwerkelijk en tijdig gebeurt.

Tijdens de deelneming moet de pensioenuitvoerder jaarlijks informatie verstrekken aan de deelnemers over de verworven en te bereiken pensioenaanspraken, met informatie over de toeslagverlening (artikel 38 Pensioenwet). Deze informatieverstrekking vindt tegenwoordig plaats in de vorm van uniforme pensioenoverzichten (upo’s). Ten aanzien van gewezen deelnemers moet een dergelijk overzicht vijfjaarlijks verstrekt worden (artikel 40 Pensioenwet).

De pensioenuitvoerder moet de informatie in duidelijke en begrijpelijke bewoordingen verstrekken. Toezicht hierop wordt uitgeoefend door de AFM.

Artikelen met het onderwerp Deelneming:

  • Geen artikelen.

Naar boven scrollen